Creatief met doek...
Colin Archer Memorial Race naar Noorwegen, Verslag
Lauwersoog, zaterdag 15 juli 2006, een uur of 1. Trossen los voor de Colin Archer Memorial Race 2006. De Fulmarus en de bemanning zijn er klaar voor. 365 zeemijlen zijn er te varen naar Larvik, Noorwegen.
Dit wordt een bijzondere reis, want we gaan met de Fulmarus een wedstrijd varen. Dat is voor het eerst. We varen in de z.g. open klasse, die speciaal is bedacht voor niet gemeten schepen zoals de Fulmarus. Wie het eerst over de lijn komt heeft gewonnen zonder rekening te houden met de snelheid en de eigenschappen van de schepen. Willen we kans maken om in de prijzen te vallen, dan zullen we veel bezeilde koersen moeten hebben waarop de andere deelnemers geen spinnakers kunnen voeren (de Fulmarus heeft er geen aan boord) en een beetje wind. Moeizaam uitgangspunt? Niet echt, je doet het met de spullen die je hebt en accepteert vooraf de spelregels. Ons uitgangspunt is natuurlijk om zo goed mogelijk te finishen, maar we kennen onze mogelijkheden. Waar we wel voor gaan is de zeemanschaps-prijs, de prijs voor het best bijgehouden logboek. Dat betekent niet de beste verhalen, maar het logboek zoals je dat bijhoudt als je op zee vaart, alsof je geen elektronische hulpmiddelen aan boord zou hebben. Voor de Fulmarus is dit een standaard routine. Hier moeten we een goede kans maken. De uitslag van deze wedstrijd in de wedstrijd zal pas na het zeilseizoen bekend worden en de prijs wordt uitgereikt tijdens de reunie die organisatie van de CAMR in december organiseert.
Onze klasse start in de tweede startgroep. De eerste klasse is goed weg en we maken ons op om op het juiste moment op de juiste plaats op de startlijn te zijn. De start van een wedstrijd is altijd een nogal chaotische gebeurtenis, want iedereen wil op hetzelfde moment op dezelfde plaats zijn. We draaien wat, liggen bijna stil, springen weer aan, stoppen weer en eindelijk volgt het commando: "varen!” waarna snelheid wordt gemaakt en we op de startlijn afstormen. We kijken achterom en tot ons grote genoegen liggen we ruim voor op de andere deelnemers. Daar is de lijn, het startschot gaat en we starten. Goed weg! Beter kan niet. Alleen die vlag die nog op het startschip hangt, die zou er niet meer moeten hangen... Even later blijkt dat het wedstrijdcomité een foutje heeft gemaakt met de vlaggen en dat de start onjuist is. Jammer, we zullen het allemaal opnieuw moeten doen.
Er zijn voor dit soort situaties in de regels voor het wedstrijdzeilen procedures beschreven hoe een start moet worden afgebroken en hoe dat wordt gecommuniceerd met de deelnemers. Helaas is de bemanning van het startschip waarschijnlijk wat in de war. In plaats van die procedure te volgen (waardoor iedereen weet wat er aan de hand is) wordt over de marifoon medegedeeld dat de start ongeldig is en onze startgroep als laatste opnieuw start. Een enorm gekrakeel volgt over de marifoon van allemaal deelnemers die opheldering willen over de gang van zaken. Of dit de oorzaak is van de daarop volgende cabaretvoorstelling weet ik niet, maar het lijkt of de klok op het startschip van slag is. Bij de volgende startgroepen zijn de signalen óf te vroeg óf te laat, tot 20 seconden aan toe. Hierdoor starten deelnemers te vroeg (volgens het comité, met de bijbehorende discussies over de marifoon), of juist te laat (wat minder problemen geeft). Wanneer een deelnemer die “te vroeg” is gestart het comité vertelt dat hun tijdwaarneming niet klopt en dat dit storend is, ontploft de marifoon bijna door de reactie van de wedstrijdleider: “we kunnen écht wel klok kijken hoor”. Vrijwel iedereen wil tegelijk een opmerking maken over de klokken op het startschip. Opvallend detail: voor de 2 startgroepen die hierna nog volgen zijn de seinen wel netjes op tijd...
Terug naar onze start. Na bijna een uur wachten gaan we als laatste groep van start. Ook deze keer zijn we goed weg, maar helaas niet als eerste. Er zitten 2 schepen kort voor ons en de rest van de groep dicht achter ons.
Het eerste rak gaat het Westgat uit, richting zee. Hierbij moeten we alle boeien van die geul respecteren. De wind komt uit het noorden. Daarmee is het grootste deel van dit rak een kruisrak. Dit levert de nodige zweetdruppels op vanwege het zeer vaak overstag gaan. Gelukkig zijn de starttijden zodanig gekozen dat we de stroom het hele stuk mee hebben en vrijwel geen stroom tijdens de start. Al snel komt de aanloopton in zicht, waarna we een bezeild rak gaan varen naar de TE-route, het verkeersscheidingsstelsel dat boven de Waddeneilanden loopt. Als klein schip moet je dit haaks oversteken. Door een vaste route in de wedstrijdbepalingen op te nemen heeft de organisatie dat goed geregeld en is de oversteek van dit stelsel goed verlopen. Hoog aan de wind verder richting Larvik. De wind is nog steeds rond de 5 Bf. De snelheid zit er goed in.
Dat wordt anders. Halverwege de nacht krijgen de weergoeroes gelijk en zwakt de wind langzaam af tot een windkracht 2. De richting blijft Noord, zodat we aan het kruisen blijven. Kruisen op een rak van 300 mijl is heel anders dan in het smalle vaarwater van het Westgat. Je kiest veel meer een kant en je gaat niet voor elke kleine winddraaiing overstag. Daarbij moet je vooral het doel (Larvik dus) goed voor ogen houden en er alles aan doen om daar zo snel mogelijk naar toe te komen. Gelukkig hebben we de nodige ervaring aan boord. Er wordt volop gediscussieerd over de te volgen strategie. Dat is een onderdeel van de pret. Het lichte weer maakt het eenvoudig om uitgebreid met allerlei spelletjes bezig te zijn (dat is een wedstrijd natuurlijk, een spel met weer, wind, zee en tegenstanders).
Maar de weergoden houden niet echt rekening met ons. Op de maandag draait de wind naar het zuiden. Rondom ons gaan de spinnakers omhoog. Dan kom je wat te kort als je er geen aan boord hebt. Wedstrijdzeilen is ook creatief zijn, dus we hijsen een extra genua. Om dat er goed op te krijgen is een soort puzzel en wat “knutselarij”. Alle beetjes helpen en de dubbele genua staat er uiteindelijk prima op. 
De volgende nacht neemt de wind in sterkte toe, draait ook wat en enige tijd nadat de extra genua gestreken is staat er een kleine windkracht 6 en stuiven we ruime wind over het water op jacht naar de deelnemers die ons hebben ingehaald. Langzaam maar zeker komen de witte heklichten dichterbij en worden groen of rood... kortom we halen stevig in en lopen ze voorbij. Op deze manier varen we met veel geweld (vol tuig in windkracht 6) langs de Deense kust en zien de lichten van Hanstholm al snel weer achter ons uit beeld verdwijnen. Nog even en we stuiven Noorwegen binnen. Laten we maar paraat zijn bij de handrem!
Ook dat loopt anders. De wind wordt minder en minder en halverwege de dag liggen we vrijwel stil. We proberen tegen een zeer lichte wind in op te kruisen richting de inmiddels wel zeer begeerde finishlijn. De wind neemt weer wat toe, draait, en om ons heen gaan de spinnakers weer omhoog. Wij weer creatief met doek en de extra genua erbij. Dat lichte weer houdt aan tot vlak voor de finishlijn. De richting draait zo ongeveer elke wacht. Af en toe liggen we helemaal stil, om een uur of wat later enkele zuchtjes wind op te pikken en wat meters te sprokkelen. Dat is wedstrijdzeilen bij weinig wind. En al die tijd puzzelen over het te volgen traject. De stroming in het Skagerrak (de zee tussen Noorwegen en Zweden) is erg afhankelijk van het weer. De Oostzee loopt leeg (vanwege alle rivieren die daarop uitmonden) en hoe hard dat gaat hangt helemaal af van de wind die het leegstromen tegen gaat. Ook hoge en lage drukgebieden kunnen die stroming behoorlijk beïnvloeden. Bij een beetje wind is dat allemaal wel te berekenen, maar als er heel weinig wind is wordt het lastig om te bedenken hoeveel je moet corrigeren om precies bij de lijn uit te komen. Heb je iets te weinig gecorrigeerd, moet je tegen de stroom (en met wat pech ook nog eens tegen de wind) in naar de finish zien te komen. Dat is bij dat lichte weer een vrijwel onmogelijke opgave. Ankeren, om te voorkomen dat je achteruit drijft, is geen optie op 300 m diep water. Tijdens de 12 uurlijkse “position check”, meldt een deelnemer dat ze een (1!) mijl van de finish zijn geweest en vervolgens achteruit zeilen (door de stroom). Dan zie je de finish liggen, met de jachthaven daarachter waar de welverdiende rust wacht... Dat willen wij voorkomen, maar zonder om te varen.
Die “position check” is een veiligheidsmaatregel die de organisatie heeft genomen, zodat de deelnemers elkaar een beetje in de gaten kunnen houden. Elke 12 uur is iedereen verplicht zijn positie door te geven aan minimaal 1 andere deelnemer en moet hij zelf ook de positie van minimaal één andere deelnemer noteren. In de praktijk is dat een heel druk kwartiertje waarbij de meeste schepen proberen zoveel mogelijk posities te registreren. Vooral van directe concurrenten.
Wij zijn eindeloos aan het rekenen en puzzelen om het beste traject en de beste strategie te vinden met daarbij de spanning van hoe dat allemaal zal uitpakken. Het resultaat blijkt op woensdagmorgen. We naderen de finish en op het laatste moment steekt de wind ineens op uit het noorden. Hierdoor stuiven we met een dikke 6 knopen snelheid over de finish om 06:14:53 uur (GPS tijd).
Zeilen er af, motor aan, op naar de jachthaven voor een welverdiende aankomstborrel en de nodige net zo welverdiende rust. Uiteraard wordt de eerste borrel geofferd aan Neptunus.

Na zo’n wedstrijd moeten nog wat formaliteiten geregeld worden. Het inleveren van de wedstrijdverklaring bij het wedstrijdcomité en in dit geval ook enkele douane formaliteiten. En er is natuurlijk het napraten met andere deelnemers. Welke route hebben zij gekozen? Wat zijn hun ervaringen? Welk weer hebben zij gehad? Enzovoorts. Een belangrijk deel van de pret. Meer informatie over de Colin Archer Memorial Race is te vinden op de website van de CAMR.
Dan ben je over die finish, lig je in de haven waar je zo lang naar toe hebt gewerkt, en ga je denken over de terugweg. We kunnen dezelfde route terug nemen met af en toe ergens een tussenstop. Een andere route is wellicht leuker. Na scheepsberaad wordt gekozen voor een langere route terug via de Oostzee. Het weer is uitzonderlijk mooi gebleven (in Nederland is het in deze periode boven de 35 °C en wordt de vierdaagse afgelast) en wij zitten op de beste plek die je kunt bedenken in dat weer, namelijk op zee. Aanmerkelijk minder heet, al is het zelfs voor ons af en toe te warm. De wind blijft zwak, waardoor we grote stukken op motor hebben gevaren. Na in de wedstrijd ongeveer 400 mijl te hebben geworsteld met weinig wind is het ook best lekker als je gewoon de motor er op kunt zetten en wat voortgang kunt maken.
En... de gevangen vissen (makreel en geep), zelf gevangen en aan boord gerookt, smaken meer dan voortreffelijk.
Van de terugweg hebben we een foto impressie gemaakt (klik hier).
|